Bianca* komt gedeprimeerd op onze afspraak. Ons gespreksonderwerp zou zijn: Time management. “What’s up?”, vraag ik. Er volgt een waslijst aan ergernissen over hoe zij haar tijd zit te verdoen. Ze irriteert zich mateloos aan haarzelf.
Haar vriend geeft haar het advies om eens te gaan plannen: Een to-do lijst aanleggen op zo’n fameus blauw lijstenblok (bij iedere kantoorboekhandel verkrijgbaar). Ik vraag haar, of dat haar heeft opgelucht. “Nee, waardeloos, hij geeft altijd van dat soort adviezen.”

We gaan terug naar haar irritaties. Geen prettig gevoel voor haar. Ik vraag haar, hoeveel tijd ze daarmee iedere dag verdoet. Het kost haar minimaal een half uur èn ze krijgt er een rothumeur van.
Dus: Tijdverlies en een rotdag.
Ze wil er van af. Ik laat haar de ergernis en agressie voelen, die zij zichzelf aandoet. Met een korte ademhalingsoefening laat ik deze gevoelens bij haar wegstromen.

Vervolgens visualiseer ik voor haar een bankrekening, die iedere dag opnieuw een saldo heeft met 86.400 euro. Zij mag dat geld die dag goed besteden, maar ze kan het niet opsparen. Aan het eind van de dag is het geld op en ze weet niet of er morgen nog een bankrekening zal zijn.
Wat doet ze? “Ik zou het allemaal opmaken, helemaal gefocust shoppen en genieten!”

Ik vervolg: “Je nieuwe dag begint nu: 00:00:00 uur. In plaats van euro’s heb je vandaag 86.400 seconden ter beschikking. Je weet niet of er morgen een nieuwe dag is. Hoe ga je die tijd besteden?”
Ze kijkt mij aan, zegt: “Me ongans shoppen!” “Nee, gekheid. Ik zou me focussen op wat ik vandaag echt belangrijk vind en vooral … genieten van al die tijd!” Stralend kijkt ze mij nog een keer aan: “Ik snap hem!”

* Namen van mijn cliënten zijn gefingeerd.

Volg mij ook op twitter: @pauleykenduyn (button onderaan deze pagina)

E-Mail This Post/Page Print deze pagina